In het midden van deze eerste ruimte staat een boek: het zogenaamde volksboek waarin in 1510 voor het eerst over Till Eulenspiegel wordt verteld. Zoals u op het titelblad kunt zien, ziet Till Eulenspiegel er daar anders uit dan wij hem tegenwoordig kennen. Bovendien staat er geen naam van een auteur in het boek.
Eeuwenlang heeft men daarom gezocht naar de schrijver van dit boek – en uiteindelijk werd hij hier in de regio Braunschweig vermoed.
Waarschijnlijk was het Hermann Bote die de verhalen over Till Eulenspiegel voor het eerst opschreef, ze van een raamvertelling voorzag en ze zo bekend maakte.
Maar hoe kwam men tot de conclusie dat hij de auteur was?
In het boek zelf heeft Hermann Bote zijn naam verstopt, in een zogenoemd acrostichon. Als men de versierde beginletters van de laatste zes hoofdstukken – de zogenaamde historiën, die allemaal in Mölln spelen – achter elkaar leest, vormen de beginletters de naam „Hermann Bote“.
Waarschijnlijk heeft hij zo zijn naam in het boek verborgen. Op die manier zorgde hij ervoor dat hij niet meteen als auteur herkenbaar was – maar wel voor wie goed genoeg zocht.
Over de druk- en ontstaansgeschiedenis van dit boek weten we verder weinig. Wel weten we zeker dat het eerst in Straatsburg werd gedrukt en zich van daaruit snel over vele Europese landen verspreidde.